• /files/pro/i_0004/05_MIC_beeldenknooperven.jpg
  • /files/pro/i_0004/09_MIC_beeldenknooperven.jpg
  • /files/pro/i_0004/01_MIC_beeldenknooperven.jpg
  • /files/pro/i_0004/03_MIC_beeldenknooperven.jpg
  • /files/pro/i_0004/02_MIC_beeldenknooperven.jpg
  • /files/pro/i_0004/06_MIC_beeldenknooperven.jpg
  • /files/pro/i_0004/04_MIC_beeldenknooperven.jpg
  • /files/pro/i_0004/08_MIC_beeldenknooperven.jpg

Knooperven

Knooperven gaan over het hernieuwd gebruik én eigenaarschap van de vele vrijkomende agrarische erven in het landelijk gebied. Jaarlijks stopt twee tot vier procent van de boeren met de bedrijfsvoering. Het buitengebied transformeert zo heel geleidelijk van een boerengebied naar een burgerlandschap. In de meeste delen van Nederland is al vijftig tot zeventig procent van de erven in burgerhanden. Dit verandert het perspectief op het buitengebied in veel opzichten. Met het Knoopervenproject wordt ingespeeld op de veranderende belangen. Op vrijkomend erven wordt meer ontwikkelingsruimte geboden. De nieuwe bewoners gaan daarbij zorg dragen voor het omliggende landschap, de recreatieve toegankelijkheid en de versterking van de landbouw. De inzet is om van onderaf, vanuit de vele vrijkomende erven, de kwaliteit en vitaliteit van het buitengebied een sterke impuls te geven.

Andere initiatiefnemer

‘Het knoopervenproject zijn we in 2003 op eigen initiatief, als afstudeerproject, gestart. Deze opgave kwamen we op het spoor door een workshop over de uitvoering van de eerste ‘ruimte-voor-ruimte’ plannen. Met benamingen als ‘witte schimmel’ en ‘boerderettes’ werd de opkomst van de burgerwoningen toen vooral als een negatief fenomeen bestempeld. In onze studie hebben we dat weten om te draaien, en de kracht van nieuwe bewoners op het platteland en de ‘verburgerlijking’ van het landschap weten te vinden. Na de afronding van ons afstudeerproject zijn we op zoek gegaan naar partijen om het idee verder te brengen. Daaruit is een samenwerking met InnovatieNetwerk, provincie Overijssel en gemeente Tubbergen ontstaan.’

Andere opdrachtgever

‘Het concept heeft verschillende opdrachtgevers, die ieder op hun eigen manier bijdragen aan het verder brengen van het idee. In het begin heeft vooral InnovatieNetwerk een belangrijke rol gespeeld bij het creëren van draagvlak. Geen andere partij durfde het aan om een vernieuwend concept te gaan uitwerken waar nog geen beleid voor was. De Provincie Overijssel heeft de beleidsruimte gecreëerd en de gemeente Tubbergen heeft op basis daarvan een eerste piloterf ontwikkeld in Langeveen. Maar uiteindelijk moeten de erfeigenaren en bewoners het zelf gaan doen, zij zijn de feitelijke opdrachtgevers van het project. Voorbeeld hiervan is de eigenaar van landgoed Westerflier, die het idee vlak na ons afstuderen oppikte en door het slim combineren van bestaande ruimte-voor-ruimte regelingen een knooperf in Diepenheim heeft gerealiseerd.’

Andere overheid

‘De begeleiding van het knoopervenconcept vraagt een andere rol van de overheid. Niet een overheid die alleen toetst of het maximaal aantal kubieke meter op een erf niet worden overschreden, maar een overheid die echt iets wil met een gebied en kan beoordelen of een initiatief daaraan kan bijdragen. Daarvoor is een kwalitatief sturende, soms begeleidende en vaak inspirerende overheid nodig. Deze rolverandering is een aantal jaren geleden in gang gezet, onder andere in de Omgevingsvisie van Overijssel (2008) waar wij bij betrokken waren. De recessie lijkt de omslag nu te versnellen. Nu de overheid steeds meer terugtreedt en de budgetten voor landschap en natuur steeds minder worden, gaat ze steeds meer op zoek naar initiatieven van onderop. Daarmee wint (onverwacht) ook het knoopervenconcept aan belang.’

Andere ruimtelijke ordening

‘Het knoopervenproject gaat uit van kleinschalige ‘bottom-up’ ontwikkelingen, die door hun veelheid kunnen gaan bijdragen aan de kwaliteit, beleving en gebruiksmogelijkheden van een veel groter gebied. Niet als vervanging van grotere ‘topdown’-structuren, maar wel als aanvulling en verrijking. Als tegenprestatie voor de ruimere bouwmogelijkheden leggen de knooperfbewoners nieuwe routes en beplantingen aan, en zijn zij verantwoordelijk voor de duurzame in standhouding daarvan. Dit biedt een nieuwe financieringsbron voor het landschap, maar ook een nieuwe betrokkenheid bij de omgeving. En uiteindelijk meer variatie en persoonlijkheid in het landschap.’

Ander ontwerp

‘In plaats van een getekend eindbeeld, is er een ‘spelregelplan’ gemaakt, waarmee iedereen zijn eigen erf kan ontwikkelen tot knooperf. De ruimtelijke ambities worden met een ‘onderwaterscherm’ in (financiële) balans gebracht met de gewenste extra planologische ruimte. De ontwerpen laten verschillende ontwikkelingsmogelijkheden zien. Voor het draagvlak van het idee was het onderzoek naar de ‘stille transformatie’ van het landelijk gebied belangrijk. Hierin is het proces van schaalvergrotende landbouw en stoppende boeren in relatie tot de vrijkomende erven in kaart gebracht; het opkomend aantal burgers en de - ruimtelijke - veranderingen die daarmee samenhangen. De verbeelding van de autonome ontwikkelingen maakt de opgave in het landelijk gebied voor veel betrokken partijen concreet.’

Andere kennis

‘In het onderzoek naar de knooperven hebben we kennis over landbouw, recreatie, mobiliteit, planologische regelgeving, projectontwikkeling, architectuurgeschiedenis en burgerparticipatie weten te verbinden met de ontwikkeling van het landschap. De verkenning van andere kennisvelden leidde tot andere benaderingen van het landschap. Omgekeerd heeft onderzoek naar de knooperven ook weer invloed gehad op andere vakgebieden. Het resulteerde bijvoorbeeld in de nieuwe benadering ‘grootschalige landbouw in een ruimtelijk kleinschalig landschap’. De mogelijkheid om binnen het knoopervenconcept de (soms tegenstrijdige) belangen met elkaar te verknopen maakt onderzoek en de voorstellen voor verschillende partijen interessant. Als landschapsarchitecten hebben we hierbij een verbindende rol.’

Andere samenwerkingspartijen

‘Tot nu toe heeft in de uitwerking van het concept de nadruk op de publieke kant gelegen. Er is vooral gewerkt aan breed bestuurlijk en ambtelijk draagvlak, de uitwerking van het eerste piloterf en de inbedding daarvan in provinciaal en gemeentelijk beleid. Maar uiteindelijk moeten de erfeigenaren en bewoners het zelf gaan doen. Dit zal leiden tot een andere rolverdeling en samenwerking tussen overheid en ontwikkelde partijen. In de Gelderse Vallei werken we nu toe naar de opzet van een bewonersgroep, die binnen een aantal heldere kaders de ontwikkeling van een erf met het omliggende landschap zelf gaat oppakken.’

Andere opgave

‘De kansen die vrijkomende erven bieden voor de kwaliteit en vitaliteit van het landelijk gebied zijn de laatste jaren steeds meer in beeld gekomen. In 2003, toen we ons onderzoek deden, speelde sterk de angst voor ‘verstening’ en ‘verschimmeling’ van het buitengebied. De burgers werden gezien als een bedreiging voor de kwaliteit van het buitengebied en het agrarische domein. Tien jaar later is er veel veranderd. Er is ervaring opgedaan met (de beperkingen van) de ruimte-voor-ruimte regelingen en de herbestemming van erven. De opgaven liggen nu vooral op het terrein van het betrekken van nieuwe bewoners en erfeigenaren, sturen op kwaliteit, het ontwikkelen van meer flexibele programmamixen en de koppeling aan andere opgaven zoals de EHS, waterberging, duurzame energie en zo meer.’

krimp natuur

karen.jpg

Karen de Groot

Karen de Groot (Dordrecht, 1972) is landschapsarchitect. In 2003 studeerde zij cum laude af aan de Academie van Bouwkunst in Amsterdam met het project Knooperven. Dit plan maakte ze samen met Ruut van Paridon. Deze samenwerking leidde in 2007 tot de oprichting van Van Paridon x de Groot landschapsarchitecten, een strategisch ontwerpbureau dat op verschillende schaalniveaus in het landschap werkt. Momenteel is De Groot tevens gastdocente aan de Academie van Bouwkunst in Amsterdam.

project

Knooperven

interview

Strategisch ontwerpen

website

http://www.vpxdg.nl

netwerk

Willem Rienks Ruut van Paridon Ronald Buiting Maud Aarts