/files/pro/i_0016/CAR_AndycandenDobbeslsteen.jpg

Energiestudie Veenkoloniën

De Energiestudie Veenkoloniën is een studie naar het klimaatadaptief maken van de oude veenkoloniën en de transformatie naar een nieuw productielandschap. Met twee verschillende scenario’s van benadering ten aanzien van zonne-energie, windenergie, biomassa en energieopslag.

Andere initiatiefnemer/ andere opdrachtgever

Rob Roggema werkte destijds bij de provincie Groningen als strategiemanager omgevingsbeleid. Zijn centrale vraag was altijd ‘hoe kan de provincie Groningen klimaatadaptief en fossielvrij worden?’. Daarbij speelde de specifieke omstandigheden van de voormalige Veenkoloniën een belangrijke factor. Zij zijn door de winning van veen en het latere gebruik als productiegronden uitgeput en hebben een nieuw economisch perspectief nodig. We hadden het geluk dat deze provinciale vraag samenviel met het nationale subsidieprogramma ‘Klimaat voor Ruimte’. Door de subsidietoekenning konden de Veenkoloniën een zogeheten hotspot worden voor een verbetering op economisch, sociaal en ecologisch niveau. Binnen het project hebben wij toen een energievisie ontwikkeld. Deze energievisie is tot stand gekomen dankzij de persoon van Rob Roggema, die een sterke ambitie en gedrevenheid bracht binnen de provincie.’

Andere overheid

‘De overheid speelde een bijzondere rol: in dit geval een combinatie van een provincie en het rijksprogramma. Daardoor kon er budget komen voor de formulering van een energievisie.’

Andere Ruimtelijke Ordening

‘De door ons uitgewerkte energievisie bestond uit twee verschillende strategieën:
1. De regio wordt bezien als een samenstelling van energieneutrale kernen, elk onafhankelijk voorzienend in de eigen energiebehoefte. Dit kan door een optelling van maatregelen, zoals zonne-energie, windenergie, biomassa en energieopslag. Deze strategie werd ‘Alleenkoloniën’ genoemd met het fictieve Hunze-en-Aakantje als typische gemeenschap.

2. De tweede strategie gaat uit van een aanpak op regionaal niveau, waarbij er ruimte komt voor grootschalige productie van landbouwproducten en energie. Hierin vinden kassen (als bron van voedsel, organisch bouwmateriaal, water, warmte en elektriciteit en als afvoerputje voor CO2), zonnepanelen, windturbines en opslagsystemen hun plek. Centraal was de ketengedachte voor productie en recycling. Deze voor heel Nederland belangrijke strategie behelst de formulering van het nieuwe/toekomstige productielandschap. We noemden het ‘Veenkometro’, met als typische gemeenschap ‘Kanaalstad’.

Door de twee strategieën is er een beeld gevormd op verschillende schaalniveaus. Je zou kunnen stellen dat de zelfvoorzienende kernen het tussenniveau vertegenwoordigen. Daar moet alles geregeld en beslist worden, op lokaal/gemeentelijk niveau. Veenkometro daarentegen opereert op en maakt gebruik van twee schalen: XS en XL. Daar wordt lokaal ondernemerschap gekoppeld aan de vrije markt. Het ‘landschap van armoede’ wordt hier ‘menselijk landschap’.
Uiteindelijk zijn beide strategieën verwerkt in een combinatievariant.’

Ander ontwerp

‘Het betreft hier een ontwerp op de grote regionale schaal. Het is anders omdat het een ruimtelijk ontwerp is dat vorm krijgt aan de hand van nieuwe indicatoren: energie en de mogelijkheid om energieneutraal te worden met aanwezige natuurlijke fenomenen als zon, wind, water, bodem en zo meer. Hoe zijn deze in te zetten en wat moet er toegevoegd worden om een energieneutraal landschap te bereiken? Dat zijn de ingrediënten voor dit ontwerp geweest. Daarbij wordt zowel het zichtbare als het onzichtbare deel ontworpen. We werken dan met energetische implantaten, ruimtelijke spionnen en ondergrondse installaties om tot een optimaal ontwerp te komen dat zowel energetisch als ruimtelijk kwaliteit waarborgt.’

Andere kennisdomeinen

Het gaat in het gehele plan om een integrale benadering. Daarbij is er steeds sprake van een overlap van kennisgebieden: landschapsarchitectuur, techniek, stedenbouw en architectuur, economie en sociologie. We werkten met energietechneuten en landschapsarchitecten, maar het was ook nodig andere kennis en andere netwerken met elkaar te verbinden. Daarin speelde Rob Roggema als strategiemanager een cruciale rol.’

Andere samenwerking

‘Tijdens de eindconferentie werden alle studies gepresenteerd. Daarbij waren partijen aanwezig uit allerlei disciplines. Alle studies en deelstudies werden gepresenteerd met eraan gekoppelde workshops. Het bleek dat veel partijen inzagen dat er enorme kansen liggen bij een grootschalige aanpak, ondanks aanvankelijk conservatisme. Ik moet wel zeggen dat sinds Rob Roggema vertrok bij de Provincie Groningen, de ambitie en voortvarendheid wel heeft ingeboet”¦’

Andere opgave

‘De opgave lag er vanuit ‘Klimaat voor Ruimte’. Hoe kan van de Veenkoloniën een hotspot worden gemaakt? Het was een casestudie waarbij zichtbaar wordt gemaakt hoe ruimtelijke opgaven te verknopen zijn met onder meer energievraagstukken. Zo kunnen deze elkaar versterken, antwoord bieden en een nieuwe duurzame leefkwaliteit genereren.’
AndyvandenDobbelsteen2.jpg

Andy van den Dobbelsteen

Andy van den Dobbelsteen (Tilburg, 1968) is hoogleraar Climate Design & Sustainability aan de Faculteit Bouwkunde van de TU Delft. In die rol geeft hij leiding aan de sectie Klimaatontwerp en het onderzoeksprogramma Green Building Innovation, coördineert en verricht onderzoek en verzorgt onderwijs. Tevens is hij lid van verschillende jury’s en adviesraden en geeft hij in binnen-en buitenland veel lezingen op het gebied van duurzaam bouwen, duurzame energiesystemen en zelfvoorzienende steden. Dobbelsteen was al tijdens zijn afstuderen (Civiele Techniek aan de TU Delft) bezig met ‘duurzaam bouwen’.

projecten

Energiestudie VeenkoloniënPrêt-à-Loger‏

interview

Duurzaamheid is een kans

website

http://www.bt.bk.tudelft.nl

netwerk

Rob Roggema Jón Kristinsson Duzan Doepel Carolien Ligtenberg Arjan van Timmeren

social media