• /files/nws/i_0090/marineterrein.jpg
  • /files/nws/i_0090/rondetafelgespreknwa.jpg
  • /files/nws/i_0090/buiksloterham.jpg

Het experiment voorbij

Nederland wordt Anders
Nederlandwordtanders 17 Mar '15

“Disruptie leidt tot een nieuwe cultuur”. En dat is goed nieuws voor de ontwerpende discipline. Slimme verbindingen met grote bedrijven kunnen leiden tot baanbrekende projecten en experimenten hebben de potentie om ‘logge instituties’ in beweging te krijgen. Hoewel er goede (ontwerp)ideeën over verandering zijn genoeg zijn, belemmeren tegenwerkende krachten de vernieuwing. Wat en wie heeft de ruimtelijke sector nu nodig om daadwerkelijk koppen met spijkers te slaan? Zijn overheid en financiën in deze tijd nog wel de logische bondgenoten van de ontwerpers? Of moeten we op zoek naar andere ‘mogelijkmakers’?

In dit tweede deel van een drieluik aan korte blogs naar aanleiding van het eerste Rondetafelgesprek van Nederlandwordtanders: hoe kunnen experimenten (her)haalbaar worden en kan hun impact daarmee worden vergroot?

Opschalen en impact vergroten
Het experiment lijkt de eerste stap op weg naar een systeemverandering te zijn. “Wij zijn de pioniers die druk zetten achter verandering”, zei een van de oprichters van café de Ceuvel onlangs nog in het Parool. Maar hoe kunnen we aan het eenmalige experiment voorbij gaan? Annius Hoornstra: “Opschaalbaarheid is niet automatisch verbonden met het experiment. Het vraagt om andere competenties en cultuur. Niet vechten, maar samenwerken. Het gevaar is dat instituties dat hogere doel niet zien zitten, en dat beide kanten opnieuw vervallen in een gevecht.” Maarten Claassen: ‘Waternet steekt in Buiksloterham nu juist zijn nek uit. We lopen een risico dat we onze investering niet terugkrijgen, dat doen we heel bewust. Ik denk wel dat er in het algemeen nog behoorlijk wat experiment en inspiratie nodig zijn, voordat er sprake is van een cultuurverandering. Instituties en grote partijen lijken hun invloed vooralsnog voornamelijk te gebruiken voor het onmogelijk maken. We weten, in deze nieuwe werkelijkheid, nog nauwelijks wat het inhoudt om mogelijk te maken, en er is nog een hele grote mate van vrijblijvendheid.”

Maatschappelijke waarde en slimme verbindingen
Slimme verbindingen tussen grote en kleinere partijen lijken het verschil te gaan maken. Floris Alkemade haalt een voorbeeld aan in de Dommelvalei, waar verschillende gemeentes, bedrijven, universiteit en Design Academie, maar ook het Brabants Landschap en de scholen aanhaakten. Waarom lukt het hier wel om op regionale schaal samen te werken? Floris Alkemade: “Ik denk dat het een nieuw soort optimisme is, voorbij het verlammende effect van de crisis. En het geografische thema water koppelt partijen op een niet-politieke manier. Volgens Petra Rutten moeten complexere opgaven en kwaliteit weer op de agenda Petra Rutten: “We moeten het weer gaan hebben over het waardendebat. De maatschappelijke waarde van projecten, maar ook de kwalitatieve kant. Al die kleine experimenten leveren niet de kwaliteit die je wilt. Daar is opschaling voor nodig. Niet perse groter, maar ook beter. Het is voor ons makkelijker om andere, ook kleinere, partijen te laten aanhaken. Dan zijn we niet meer het bouwbedrijf, maar een nieuw soort matchmaker, dan creëren we ons eigen netwerk.” Maarten Claassen: “De vraag is inderdaad of het gaat over schaal. Het gaat eerder om aanhaakbaarheid en reproductievermogen.”

Experiment en instituut
Slim samenwerken is een sleutel, maar hoe krijg je die ‘logge instituten’ nu in beweging? Vincent Taapken: “Wij moeten het slimmer doen, door slimme verbindingen te maken en samen te werken. Bijvoorbeeld met het openbaar bestuur en financiën.” Carolien Schippers: “Innovatie ontstaat niet als de ontwerpers de enige beroepsgroep zijn die wil veranderen. En als het gaat om opschaalbaarheid, dan moet je het zoeken in het kleine en hopen dat het institutionele slagschip langzaam aanhaakt. Dus veel meer experimenten. Proberen en doen! De meeste overheden zijn conservatief. Je hebt volgens mij veel meer aan een veelheid van kleine partijen, dan aan het veranderen via instituties. Pareltjes maken in grotere gebieden dus, vernieuwing begint in principe klein.” Maarten Claassen: “Toch ben ik er van overtuigd dat ‘zo’n slagschip’ wel degelijk een rol kan spelen in de versnelling. Waarom wordt altijd maar weer Buiksloterham genoemd, waarom gebeurt het niet op andere plekken?” Annius Hoornstra: “Wij gaan het in Buiksloterham anders doen. Als log instituut beginnen met het op één plek anders te doen, is de enige manier om te veranderen. Overal tegelijk is niet te organiseren. Als we weten hoe het in Buiksloterham werkt, gaan we het op andere plekken nog eens doen, en beter. Dus experimenteren, leren, verbeteren en toepassen. Carolien Schippers: “Het kan natuurlijk wel op alle plaatsen tegelijk. Maar daar moet je het lef voor hebben. En dat heeft bijna niemand.” Floris Alkemade: “Een experiment is alleen van waarde als je ook de faaloptie meeneemt. Het moet dus mogen misgaan.”

Lees meer
Op 18 februari hield Nederlandwordtanders het eerste Rondetafelgesprek van 2015, op het Marineterrein in Amsterdam. Aan tafel zaten: Annius Hoornstra (Adjunct Directeur Grond & Ontwikkeling Amsterdam), Carolien Schippers (Manager Huisvesting COA), Floris Alkemade (Directeur FAA en FAA/XDGA), Maarten Claassen (Strateeg/Procesmanager Waternet), Petra Rutten (Directeur Maatschappelijke Ontwikkeling Heijmans), Vincent Taapken (Oprichter New Industry) en Marcel van Heck (Atelier Rijksbouwmeester). Guido Wallagh en Carolien Ligtenberg van Team Nederlandwordtanders leidden het gesprek. Het volledige verslag is terug te vinden in een drieluik aan blogs. In Cultuur en experiment deel 1 doken we in de nieuwe bouwcultuur, in dit tweede deel gaan we aan het experiment voorbij en in het laatste deel vragen we ons af wie die mogelijk makers van nu eigenlijk (zouden kunnen) zijn.

NWAVerslagRondetafelgesprek18februari201.pdf

mogelijkmakers