• /files/pro/i_0022/02_RUT_meermerwede.jpg
  • /files/pro/i_0022/01_RUT_meermerwede.jpg

Meer Merwede

Met Meer Merwede wil Emilie Vlieger de Merwedekanaalzone in Utrecht stapsgewijs transformeren. Het gebied ligt vlakbij de stad, direct aan het kanaal en is goed ontsloten. Maar toch ligt het er troosteloos bij. Leegstaande kantoorgebouwen, een grootschalig en aftands distributiecentrum en één van de weinige tippelzones die Nederland nog kent. Met Meer Merwede wil Vlieger laten zien dat ze met haar gezamenlijke aanpak dit gebied sneller en beter kan herontwikkelen tot een dynamisch gebied. Met meer ontmoetingsplekken, meer groen en meer horeca.

Andere initiatiefnemer

‘Zonder opdracht van wie dan ook ben ik zelf begonnen met het initiatief Meer Merwede. Het is een mooie plek, als je door de hekken heen kunt kijken. Het ligt vlak bij de binnenstad, aan het water en is goed ontsloten. En het is troosteloos. Daar wilde ik me graag mee bemoeien. Ik studeerde in 2011 af aan de HKU met een scriptie over locatiemarketing. Het ging over de revitalisering van leegstaande kantoorlocaties in de stad. Ik heb het toegepast op de Merwedekanaalzone. Een gebied dat ik erg goed ken omdat ik er zelf woon. In het gebied ontbreekt een thuisgevoel. Door zelf het initiatief te nemen wil ik laten zien dat een stapsgewijze aanpak werkt, als je maar een gezamenlijk doel hebt. Ik geloof in een aanpak waarbij alle betrokken partijen in het gebied samenwerken. Mijn eerste stap was dan ook om met verschillende partijen in het gebied in gesprek te raken over de kansen en belemmeringen die ze zagen voor het gebied. Op basis van die gesprekken heb ik een uitnodiging rondgestuurd om met me mee te denken over een gezamenlijke gebiedsvisie. Ik was verrast door de opkomst. Een brede vertegenwoordiging van partijen met belangen in het gebied waren aanwezig: bewoners, kantoorgebruikers uit het gebied, vastgoedprofessionals, mensen vanuit de gemeente en vastgoedeigenaren. Ik zie mijn rol in het leggen van verbindingen tussen deze partijen. Hoewel het door sommigen daardoor wordt gezien als een bottom up initiatief, is het dat absoluut niet. Ik werk in dit gebied als locatiemarketeer, niet omdat ik toevallig ook bewoner ben van het gebied. Ik denk in netwerken.’

Andere opdrachtgever

‘Op dit moment heb ik nog geen opdrachtgevers. Iedereen zoekt op dit moment naar nieuwe verdienmodellen en ik vorm daar geen uitzondering op. Ik heb niet veel nodig als eenmansbedrijfje, en dat maakt het voor mij mogelijk om dit project in eerste instantie op eigen risico te doen. Mijn doel is om in 2015 een gebiedsfonds te hebben waar de verschillende eigenaren en gebruikers van het gebied financieel aan bijdragen. Tot die tijd is het bij elkaar sprokkelen van fondsen en subsidies de werkelijkheid. Eigenlijk wil ik niet afhankelijk zijn van giften, maar ik ben bang dat ik er toch niet aan ga ontkomen. Voor de bijeenkomsten die ik organiseer kan ik sponsors vinden en subsidies krijgen, maar daar kan ik mezelf niet van uitbetalen. Een andere mogelijkheid is om een bijdrage te vragen van de dienst Stadsontwikkeling van de gemeente Utrecht, waar men erg enthousiast is over de aanpak. Met mijn aanpak voeg je uiteindelijk meer waarde toe aan een gebied. Het lastige van die waardecreatie is dat het niet altijd in geld uit te drukken is. Vastgoedeigenaren hebben hoop op het succes van de aanpak maar vertrouwen nog steeds – of misschien wel juist nu – vooral op rekensommetjes. Maar hoe zet je de waarde van een ontmoetingsplek die talenten met elkaar verbindt om in geld?’

Andere overheid

‘De gemeente Utrecht stelt zich – naar eigen zeggen – faciliterend en ondersteunend op. Op dit moment helpen ze me bij de vragen die ik heb en verwijzen ze me door. Maar ondersteunen is wel een groot woord, vind ik zelf. Ze zijn wel erg enthousiast over mijn aanpak en dragen me zelfs voor voor een interne participatieprijs, omdat ik een goed voorbeeld ben van een bottom up initiatief. Eigenlijk ben ik het er niet mee eens dat ik een bottom up initiatief ben, maar ik waardeer hun enthousiasme. Stedenbouwkundige Eric Rossen en gebiedsmanager Wim Beelen geven me het vertrouwen dat de gemeente openstaat voor een stapsgewijze aanpak, en dat ook in de toekomst mogelijk wil maken in de vorm van een flexibel plan. Ook de vertegenwoordiger van het Vendex-terrein, Chantal van Assendelft (Immo Select), noemde een flexibel plan een voorwaarde voor het ontwikkelen van het gebied. Immo Select wil inleveren op de te verwachtten winst bij de herontwikkeling van hun terrein. Dat vraagt echter om een overheid die ruimte geeft in bestemming en programmering.’

Andere ruimtelijke ordening

Meer Merwede gaat in essentie om een andere manier van ruimtelijke ordening, ingegeven door een veranderende maatschappij. Geen topdown masterplan vanuit de overheid, geen bottom-up oriëntatie, maar een gezamenlijke aanpak van een gebied. Bottom-up initiatieven worden overschat. Net als een topdown benadering is het ook een hiërarchisch model, waarbij de verantwoordelijkheid teveel eenzijdig bij de burger wordt neergelegd. Alle betrokken partijen hebben een belang in dit gebied, en wat mij betreft zijn die belangen gelijk. Van de vastgoedeigenaren, de gemeente, de bewoners en de gebruikers. Mijn doel is om gezamenlijk te komen tot een gebiedsvisie, een toekomstperspectief van waaruit we terug kunnen denken naar het nu. Stapsgewijs ontwikkelen naar een gebied waar je kunt wonen, werken en recreëren. De sleutel daarvan schuilt overigens in het aantrekken van talenten, ondernemende mensen waarmee het gebied kan veranderen van industriegebied naar creatief gebied. De eerste gebruikers die het gebied – al dan niet tijdelijk – naar hun hand zetten zijn al gearriveerd: De Stadsbrug, Vechtclub XL, De Alchemist en Skatepark Utrecht. Deze nieuwe gebruikers, maar ook de bestaande vastgoedeigenaren in het gebied hebben wensen, zien kansen en obstakels, maar kunnen ook wat bijdragen. Door bijeenkomsten te organiseren en gesprekken te voeren probeer ik zinvolle verbindingen te leggen. De eerste bijeenkomst was alvast een groot succes.’

Ander ontwerp

‘Vorm volgt functie volgt gebruik. Oftewel, het gebruik staat voorop. Ik zie de rol van het ontwerp voor Meer Merwede op drie niveaus, die met elkaar in balans moeten zijn. Openbaar, semi-openbaar en privé. Een bekende onderverdeling, maar verschillende rollen voor het ontwerp. De openbare ruimte in het gebied moet verrassend zijn, uitgesproken in kleur en vorm. De primaire functie is om mensen te stimuleren elkaar te ontmoeten, naar deze plek toe te komen. Semi-openbare plekken vertalen de identiteit van een plek. Deze worden ontwikkeld door ondernemers uit het gebied, of grote organisaties die vinden dat zij hier passen. Zoals Subway zich vestigt in Merwede, zij zijn er van overtuigd dat hun doelgroep in de starters- en studentencampus MAX zit. Ik heb al eens gedacht om aan de kade vlakken te maken met knallende kleuren, als een maximaal contrast met de tussenliggende grauwe delen. Het semi-openbaar gebied gaat over identiteit. Mensen vinden elkaar hier rondom gezamenlijke activiteiten als eerlijke koffie of sport. Het privé-niveau moet ruimte bieden voor het creëren van een eigen plek. Dat is het thuisgevoel. Ontwerpers moeten vooral dienend of juist inspirerend zijn.’

Andere kennis

‘Verkopen. Ik kom uit een ondernemersfamilie en we zeggen altijd dat verkopen ook een beetje psychologie is. Je moet begrijpen waar mensen zich door aangetrokken voelen, wat hen beweegt en verrast. Anderen noemen het verkooptrucs. Zo heb je de klassieker ‘kopen doet kopen.’ Ook wel te vertalen als ‘zien sporten doet sporten’. Zo lieten mijn ouders in hun restaurant, zo rond vijf uur, vrienden aan het raam zitten met een wijntje om de eerste klanten binnen te halen. Voor gebieden als Merwede is dit principe uiterst interessant: eerste gebruikers trekken de volgende gebruikers aan. Daarom moeten de huidige gebruikers meer zichtbaar worden. Maar ze moeten wel een identiteit uitstralen. Als twee bezwete sporters in het restaurant van mijn ouders in het raam hadden gezeten, had het zich nooit gevuld met verliefde stelletjes.’

Andere samenwerkingspartijen

‘Voor het project Meer Merwede werk ik het liefste samen met zoveel mogelijk mensen uit het gebied. De activiteitencommissie van City Campus MAX, ontwerpers uit De Vechtclub, (op termijn) oplossingen voor duurzame energie met Ecofys op het Smart Business Park en ga zo maar door. Daarbuiten invest