Terug naar start

Tom Bergevoet is architect en onderzoeker, en heeft een grote fascinatie voor stedelijke transformaties. Samen met Maarten van Tuijl richtte hij zich met hun bureau .temp al in een vroeg stadium op de overvloed aan leegstaand vastgoed en braakliggende bouwgrond in Amsterdam. Volgens hen symptomen van een vastgelopen ruimtelijke ordening in Nederland. Hoe kan braakliggende grond nieuwe ruimte voor de stad worden en kunnen leegstaande bouwwerken weer gebruikt worden? Bergevoet en Van Tuijl onderzoeken en ontwerpen alternatieve vormen van gebiedsontwikkeling. Zij denken daarmee niet in eind-, maar startbeelden. .temp ontwikkelde ondermeer de Braakliggingskaart, en wakkert sindsdien met thematische tentoonstellingen, debatten en publicaties voortdurend het gesprek over de problematiek van leegstand en braakligging aan.

Persoonlijke aanleiding/drijfveer

‘In mijn werk word ik gedreven door een interesse in onze maatschappij, en de vraag wat er speelt in Nederland en in de wereld. Voordat ik .temp oprichtte heb ik op architectenbureaus aan grote projecten meegewerkt. Toen ik voor mezelf begon, werkte ik aanvankelijk ook aan grote projecten, totdat de economische crisis doorzette. Ik wilde weten wat deze crisis op termijn voor ons vakgebied zou betekenen, en daar ben ik onderzoek naar gaan doen. Met Maarten kreeg ik in die periode een concrete opdracht voor een ontwerponderzoek naar een tijdelijke uitbreiding van het Amsterdamse Olympisch Stadion. Daar ontdekten wij de enorme mogelijkheden van het tijdelijk bouwen, en wat dat voor de stad zou kunnen betekenen. We merkten dat denken in tijd en tijdelijkheid oplossingen bood waar oude manieren van ontwikkelen niet meer werkten.’

Persoonlijke ambitie

‘Ik wil een betekenisvolle bijdrage leveren aan ons vakgebied en de situatie in Europa. Wij doen ons best om slimme oplossingen te bedenken. Ik zou een bijdrage willen leveren aan het ontwikkelen van nieuwe strategieën voor ruimtelijke ontwikkeling, liefst in mijn rol als ontwerper. Ik zie het onderzoek dat wij doen als een voorbereiding om uiteindelijk tot ontwerpen te kunnen komen.’

Opgav